ONZE MISSIE IS OM ALLE HUISKATTEN VAN NEDERLAND GELUKKIG TE MAKEN
Slider

Interactie schema maken

Zijn jouw katten vrienden of vijanden?

Katten zijn territoriale dieren, wat betekent dat ze het gebied wat ze als hun territorium zien zullen verdedigen tegen indringers. Dit geldt ook voor onze huiskatten. In de natuur leven katten ook wel in zogenaamde sociale groepen, vaak moeders / zussen met nakomelingen, dus familie van elkaar. In het territorium van onze katten leven vaak meerdere katten bij elkaar, vaak zijn dit niet eens familieleden. Deze situatie kan heel stressvol zijn voor katten.

Om uit te maken of katten die samen in één huishouden wonen maken wij gebruik van een interactieschema. Het gedrag dat de katten vertonen wordt opgedeeld in twee soorten. Namelijk gedrag dat ze vertonen omdat ze dicht bij elkaar willen zijn en gedrag dat katten vertonen om elkaar op afstand te houden. Aan de hand van deze gedragingen vul je een schema in, het interactie schema. Zo kom je er achter of je katten vrienden of vijanden van elkaar zijn.

Gedragingen die katten vertonen als ze elkaars nabijheid niet op prijs stellen:

  • Staren naar een andere kat;
  • Blokkeren van een andere kat;
  • Zich voor langere tijd verstoppen;
  • In elkaar gedoken zitten;
  • Trillen en beven;
  • Wegvluchten van andere katten in huis;
  • Achter najagen (stalken);
  • Staart zwiepen;
  • Blazen;
  • Grommen;
  • Spugen;
  • Krijsen;
  • Bijten;
  • Slaan met nagels uit.

Gedragingen die katten vertonen als ze wel graag bij elkaar willen zijn:

  • Elkaar uitgebreid likken/wassen (allo-grooming);
  • Tegen elkaar aan wrijven met het lichaam (allo-rubbing);
  • Neuscontact bij begroeten;
  • Staart omhoog met een knik in de staartpunt bij begroeten;
  • Ineen slaan van de staarten;
  • Tegen elkaar aan liggen met koppen en buik naar elkaar toe;
  • Samen spelen, waarbij de nagels ingetrokken zijn, de rollen steeds omwisselen en er geen geluid wordt gemaakt.

Hoe maak je een interactie schema:

  • Schrijf de naam van al je katten op een leeg vel papier met evenveel ruimte tussen de namen (zie afbeelding);
  • Observeer je katten minimaal twee weken en let op de gedragingen zoals hierboven genoemd;
  • Iedere keer als een kat een van de positieve gedragingen vertoont zet je een groene pijl naar de kat waar hij de gedraging naar toe doet;
  • Iedere keer als een kat een van de negatieve gedragingen vertoont zet je een rode pijl naar de kat waar hij de gedraging naar toe doet;
  • Je plaatst dus steeds een pijl vanuit de kat die het gedrag vertoont naar de kat tegen wie het gedrag vertoont wordt.

Voorbeeld interactie schema van drie katten

De rode pijlen geven aan dat de betreffende kat de afstand wil vergroten tot de andere kat, daarom laat hij vijandig gedrag zien. De blauwe pijlen geven aan dat de kat de afstand wil verkleinen, daarom laat hij sociaal gedrag zien.

Uit dit interactie schema kun je halen dat Sjakie en Simba een goede relatie hebben en tot dezelfde sociale groep behoren, het zijn vrienden. De relatie tussen Sjakie en Noortje is juist helemaal niet goed, zij behoren tot verschillende sociale groepen en willen elkaar het liefste niet zien. De relatie tussen Noortje en Simba is ook niet heel goed, Noortje zoekt soms wel contact met Simba, maar Simba heeft daar geen zin in. Er is hier dus sprake van 2 sociale groepen.

Let op: om een goed interactie schema te maken moet je de tijd nemen. Observeer je katten minimaal 2 weken in verschillende situaties om een goed beeld te krijgen.

Je kunt deze text hier in de vorm van een hand-out downloaden en uitprinten.